Er was eens…..een miljoen (5)

Ik schreef eerder al dat ik snel leerde hoe de lieve vrede in huis te bewaren.
Maar die was, zoals gebleken is, slechts beperkt houdbaar.
Zeven maanden, alles bij elkaar.

Ik wist al jaren dat het zinloos was om met mijn moeder in discussie te gaan.
Wat hebben heel veel mensen toch gepraat en geschreven en bemiddeld, allemaal zinloos.
Moeder’s standaardantwoord op alles was altijd: “Dat heb ik nooit gezegd”.
En: “Ik lieg nooit”.
Ausgeloeld.

Ik had moeder dus al van het begin af aan duidelijk gemaakt dat ik niet meer over vroeger wilde praten. En ik hield me daar aan, elke keer als moeder een poging deed, kapte ik dat af.
Maar dat vond ze niet leuk.
Dat bleef haar dwarszitten.
En ik denk dat dàt het was, wat haar er van weerhield om de notaris te bellen.
Want ondanks haar aanvankelijke haast bleef ze dat telefoontje maar uitstellen.
Ook toen ik aanbood om dan zelf maar te bellen deed ze afhoudend en gaf niet echt antwoord.
Moeder twijfelde overduidelijk.
Ze werd heen en weer geslingerd tussen haar haat voor mij en het mij niks gunnen en haar eigenbelang: het in stand houden van ’t Pumpke.
Als ik het niet deed, wie moest het dan doen?

En zo kwam die zonnige vrijdag.
Die prachtige, zonnige voorjaarsvrijdag.
De vrijdag voor de maandag van het CIZ-intakegesprek.
Ik was bij ouders op bezoek, had boodschappen gedaan en koffie gezet.
Moeder was weer over iets ouds begonnen en ik had dat weer afgekapt.
Moeder verdween naar de slaapkamer.
Ik ging met stiefvader buiten zitten.

Stiefvader was inmiddels aan mij gewend, hij verviel nog wel af en toe in zijn dat-is-toch-die-slechte-dochter-modus, maar ik was zijn suikerdealer dus hij vond mij lief.
En stiefvader was heel makkelijk uit zijn achterdochtige agressie te krijgen: ik hoefde alleen maar over Tilburg of over bloemetjes te gaan praten en hij veranderde op slag weer in die aardige man die ik eerder gekend had.

Stiefvader was geboren en getogen Tilburger en zijn wildebloementuin was zijn passie.
Daar moest iedereen met zijn fikken van afblijven.
Dement of niet, mijn moeder moest het niet wagen een tuinman te laten komen, dan werd hij woest en dreigde de tuinman met een mes te lijf te gaan.
En dat meende hij, dat kon je aan zijn ogen zien.
Dus geen tuinman, wel een verwilderde tuin.
En een lekker zonnetje.

Ineens, uit een donker gat, komt daar een woeste moeder naar buiten gestoven die met donkere onweerogen uitspuugt: “Als jij niet meer over vroeger wilt praten dan donder je maar op!!!”.

Stilte, ongeloof, ik dacht aan een grapje, een bui.
Maar nee.
Bloedserieus was ze, ik kon vertrekken.

Ik was op tijd thuis om nog gauw even de CIZ-man te bellen om uit te leggen dat ik die maandag waarschijnlijk niet bij het gesprek aanwezig kon zijn.
Hij begreep de situatie en beloofde mij op de hoogte te houden.
En dat deed ie ook.
Na afloop van het gesprek belde hij met de mededeling dat moeder alle hulp weigerde en onder geen enkele voorwaarde naar een verzorgingshuis wilde verhuizen.
Moeder was van gedachten veranderd.

Exit Kat.
Het was weer leuk.

(Wordt vervolgd)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Er was eens…..een miljoen (5)

  1. Pingback: Er was eens…..een miljoen (overzicht) | katskleuren

  2. Het leest als een héél spannend boek en ook al ken ik de grote lijnen van je verhaal, het raakt me weer diep. Vooral omdat ik weet hoe je nu in het leven staat. Je bent een kei van een wijf en ik ben ongelooflijk trots op je en blij dat ik je in mijn leven heb 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s