Mannen (3)

De reis naar Marokko.

Of: de korte weg van lala-meisje naar mannenhater.

Toen ik achttien was, na mijn eindexamen, ging ik op kamers wonen.
Ik vond er twee boven het kantoor van het KMAN (Komitee Marokkaanse Arbeiders Nederland) in Helmond. Ik had een Marokkaanse huisbaas en na een korte tijd alleen gewoond te hebben kreeg ik er twee Marokkaanse huisgenoten bij, Jallal en Abdelhak, twee jeugdvrienden uit Kenitra.
Daar kon ik het goed mee vinden, we raakten bevriend.
We gingen samen uit, mijn stamkroeg werd hun stamkroeg, mijn vrienden werden hun vrienden. We hadden veel lol.
Na een paar zeer koude maanden in Nederland wilden Jallal en Abdelhak naar Marokko, tijdelijk of voorgoed, dat wisten ze zelf nog niet, en in een opwelling hadden mijn vriendin Ank en ik gezegd: “Zullen we meegaan?”

Ank en ik waren vrij en blij, ik net van school af, mèt uitkering (dat waren nog eens tijden…) en ik was vastbesloten om minstens een jaar niks te doen. Dat had ik verdiend vond ik, na achttien jaar braaf gedaan te hebben wat iedereen van me verlangde.
Ank had al heel wat achter de rug. Zij was op haar zestiende weggelopen en had het tot haar achttiende zwervend en bij vrienden logerend weten te redden. Een zestienjarige had geen recht op een uitkering, zoek het maar uit.

We gingen mee.
In die tijd had je nog die geweldige kas-cheques (à fl 500,-) en girobetaalkaarten
(à fl 200,-), op vakantie gaan zonder geld was geen probleem.
En als je thuiskwam dan zag je wel weer.

Het eerste wat ik leerde tijdens die reis was dat “men” niet van de combinatie Marokkaanse jongens – Nederlandse meiden houdt.
Daar houdt “men” niet van.
Vraag me niet waarom, loverboys bestonden in ’79 nog niet, maar daar werden mensen achterdochtig en agressief van.
Dat begon al bij de douaniers.
De Franse grens, in die tijd werd er nog gecontroleerd.
De meesten konden zo doorrijden, wij werden argwanend bekeken en moesten de rij uit. En alles werd binnenstebuiten gekeerd, alle bagage, de hele auto.
Treiteren was het, niet meer en niet minder.
Ik haat douaniers.

De reacties onderweg waren vergelijkbaar. In wegrestaurants, aan de Spaanse grens.
Onze laatste overnachting, voor we Marokko zouden bereiken, was in Malaga. Ank en ik hadden een goedkoop hotelletje gevonden, Jallal en Abdelhak zouden in de auto slapen, uit angst voor diefstal van hun spullen. ‘s Avonds gingen we nog even de stad in, wat eten en een terrasje pikken op een druk plein. Maar de Spaanse jongens vonden onze combinatie blijkbaar ook niet zo geweldig, Jallal en Abdelhak werden heel agressief benaderd en in het Spaans uitgescholden. Het leek ons beter naar het hotel te gaan.

In Kenitra was het goed. Iedereen in het stadje wist bij wie we te gast waren dus daar voelden we ons veilig, iedereen was aardig en meer Marokkanen dan ik gedacht had spraken er Nederlands, Ank en ik moesten nog uitkijken wat we tegen elkaar zeiden!

Maar toen gingen we naar Casablanca, een oom en tante van Abdelhak bezoeken.
Heel aardige mensen, eerst bij hen thuis thee gedronken, toen met zijn allen de medina in. Maar terwijl wij over straat liepen kwamen er geregeld erg boze mannen op ons af, vloekend en tierend in het Arabisch, met opgeheven armen. Dat is ons op één middag drie keer overkomen en Abdelhak wilde niet vertellen wat die mannen riepen. Later zag ik nog hoe een jong meisje achternagezeten werd door een woeste, oudere man. Maar niemand die iets deed.
Ik vond het een rotstad met een rotsfeer en ik was blij dat we weer weggingen.

Na een week Marokko hadden Ank en ik het wel gezien, Marrakech was wèl leuk trouwens, en de jongens brachten ons naar Ceuta, waar we de boot naar Spanje konden nemen.
De terugreis was minstens zo “leerzaam” als de heenreis.
Uche.
Even hoesten.

Ga als vrouw nóóit met een trein met een paar honderd bezopen Spaanse soldaten en een paar honderd Marokkaanse gastarbeiders en één domme Amerikaan en één Duits hippiestelletje van Algeciras naar Parijs.

Dat was een lange nacht, die rit van Algeciras naar de Franse grens, ik durfde amper naar de wc.
Een nacht in een afgeladen volle trein met bezopen, zingende, gitaarspelende Spaanse soldaten en handtastelijk wordende Marokkaanse coupégenoten. En een Amerikaan van twee meter lang en breed die geen poot uitstak om te helpen.
“Did he grab you?” was alles wat ie zei.

Yeah, he grabbed me, dacht ik, lul, maar ik had mijn buurman in het Nederlands verrot gescholden en dat had geholpen. Andere reizigers waren daar wakker van geworden en de man hield zijn handen verder thuis.
Bij de Franse grens moesten we er allemaal uit, en toen pas zagen we het Duitse hippiestelletje. Gauw contact mee gemaakt en samen met hen de reis naar Parijs voortgezet, de Spaanse soldaten waren al eerder uitgestapt.
Het Duitse meisje, Ank en ik bleken de enige vrouwen in de trein te zijn geweest.
Drie jonge, blonde meiden in een trein met een paar honderd mannen.
Soms geloof ik in beschermengelen.

Maar eindelijk dan toch, Parijs!
Ank en ik wilden een paar nachtjes blijven en namen de metro naar het centrum.
En op dat moment had ik mij de goede raad van mijn moeder moeten herinneren:
neem nooit de metro tijdens het spitsuur!
Hoe vaak had ze dat niet gezegd? In haar eeuwige gezeur over Parijs.
“Neem nooit de metro tijdens het spitsuur want dan word je getoucheerd!”
Ank en ik hadden ons niet eens gerealiseerd dat het spitsuur wàs.
We kwamen terecht in een afgeladen volle metro, als haringen in een ton, en jawel hoor, een hand tussen mijn benen. En daar bleef het niet bij, er kwam nog een tweede hand bij.
Sta ik me daar een beetje dubbel getoucheerd te worden in een bomvolle metro.
Ik hield me met één hand vast boven mijn hoofd en kon maar nèt mijn andere hand naar beneden gewurmd krijgen om één van de toucheurs (of was het er maar één?) eens heel gemeen te knijpen, nagels in vlees, maar dat vond mijnheer niet zo leuk.
De metrodeuren gingen open en ik werd door hem, met rugzak en al, het perron opgemieterd.
Houdoe en bedankt, zeggen ze dan bij ons.

En daar lig je dan.
Op een perron van een metrostation waar je helemaal niet moet zijn.
Briesend als een dolle stier.

Ank en ik hebben bijna een uur op een bankje gezeten tot ik een beetje gekalmeerd was.
Twee dagen later liftten we terug naar Nederland, we hadden geen rooie cent meer, met ons laatste geld hadden we nog net een stokbroodje kunnen kopen.
We kregen een lift van een heel rare, maar ook heel aardige Italiaan, Silio.
Silio reed in een lelijk eendje dat helemaal in de prak zat, het leek of ie net een ongeluk had gehad, de verfrommelde motorkap kon niet meer dicht en hij kon er tijdens het rijden maar net overheen kijken.
Maar hij leek niet gevaarlijk, Ank en ik hadden ook weinig keus, we moesten wel, we stonden op een levensgevaarlijke zesbaans snelweg en moesten daar weg.
Tijdens de reis bood Silio, de stille, dolende Italiaan, ons aan om ons naar Nederland te brengen en daar waren wij natuurlijk heel blij mee. Eén lift van Parijs naar Helmond,
daar hadden we niet eens op durven hopen.

Terug in Nederland was het eerste dat ik deed mijn vriend bellen.
Ik had hem gemist en wilde mijn verhaal kwijt, de reis had veel met me gedaan,
het was mijn eerste buitenlandse reis zonder ouders.
Maar voor ik iets tegen hem kon zeggen zei hij:
“Kat, ik moet je iets vertellen, ik heb iemand anders ontmoet, ik heb de liefde van mijn leven gevonden, mijn kosmische wederhelft, het is geweldig, ik heb nog nooit zoveel van iemand gehouden!”

O.

Such a perfect ending of a perfect journey.

Mannen.
Fuck you all.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Mannen (3)

  1. Zoiets heb ik nu nooit meegemaakt, fraai verhaal.

    • kat zegt:

      Ben maar blij, ik snap niet dat ik dat ooit allemaal gedurfd heb, mijn dochter (als ik die zou hebben) zou dat nooit mogen van mij, ik zou haar aan de ketting leggen…
      Bedankt!

  2. Prachtig beschreven klotenverhaal. Wat een ervaringen.
    Het is een mirakel dat ik er eentje van het goede soort heb gevonden. Moeilijk, tamelijk onbegrijpelijk ook, ~het blijft natuurlijk een man, dat wel ~ maar niet in de enge sexueel gefrustreerde zin.
    Dankjewel voor het delen! Best gewaagd vind ik.
    En wat ben je er mooi vanaf gekomen!
    Zoen 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s